Posts tonen met het label consuminderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label consuminderen. Alle posts tonen

zondag 31 juli 2022

Sprook


Er was eens een kleinig land dat na een vreselijke oorlog waarin de mensen erge honger hadden geleden, het Grote Voornemen nam om nooit meer honger te hoeven lijden.

Het land had fabrieken, boeren, geleerden en ministers die samen allemaal plannen maakten om te zorgen dat de boeren meer voedsel konden maken, zonder dat het hele land een boerenland zou worden. Want de kantoren en fabrieken en universiteiten mochten natuurlijk geen plaats maken voor meer boerenland. Het was tenslotte een modern kleinig land!
    Er werd bepaald dat er vooral slimmer geboerd moest worden. Ruilverkaveling werd volop – regelmatig ook onder dwang - ingezet , machines moesten groter en efficiënter worden en boeren moesten vooral van het ouderwetse idee van een 'gemengd bedrijf' af, waarbij men wat koeien en wat varkens had, hier deze groente verbouwde, en daar andere groenten en waarbij kippen nog los op het erf liepen. Dat was namelijk helemaal niet efficiënt!

Met leningen en subsidies, groots opgezette promoties en de nodige  dwang gingen de boeren aan de slag met deze moderne manier van landbouw en veeteelt. Zo werden niet alleen de opbrengsten groter, maar ook de kosten van het voedsel lager en kenden de meeste burgers in het het land inderdaad geen honger meer.
Het moderne systeem werkte zo goed dat het land na een tijdje zo veel kon produceren dat er slechts een klein deel nog nodig was om de eigen mensen te voeden, en kon er mooi veel naar andere landen worden verkocht. Want daar wilden de burgers ook wel goedkoop eten!

De modernisering ging door en door. Iedereen blij.  De burgers in de steden dachten minder en minder na over hun voedsel, het was er immers altijd: netjes voorverpakt in de supermarkten. Gek genoeg noemden deze stadsmensen ook vaak boeren 'dom' zonder ook maar enig idee te hebben van de efficiënte en moderne manier waarop boeren voor hun voedsel zorgden.

In de loop van de jaren  gingen er wel steeds meer stemmen op dat het misschien niet zo gezond was, al die middelen op het voedsel spuiten, ter gewasbescherming. En toegediend aan het vee. En dat akkers en akker vol met hetzelfde gewas, zonder ook maar een plantje scheef, misschien niet zo goed was voor de andere – vrije – dieren in het land zoals insecten en vogels. Dat de mens misschien niet los stond van het ecosysteem waarin ze leefden. 
    Geleerden  onderzochten tot hoeverre die middelen in het voedsel van alle mensen terecht kwam. Sommigen riepen "och en wee" en anderen riepen "het valt allemaal mee!".  
 
Het was eerst maar een kleine groep geleerden die een voorzichtig verband legden tussen landbouwgif en hersenaandoeningen. Een ander klein groepje geleerden onderzocht de sterke achteruitgang van insecten, vogels.     
    Toch ging het langzaam steeds meer andere geleerden ook opvallen dat een akker er weliswaar mooi groen uitzag, maar dat er maar erg weinig bodemleven, vliegende insecten en vogels leefden.  En als burgers nu op een zomerse dag op pad gingen met hun auto's, dan hoefde ze niet bij elke tankbeurt dode insecten van de voorruit en koplampen te wassen.
    Samen met bezorgde boeren, burgers en fabrieken die met hun 'boerenverstand' tot de conclusie waren gekomen dat het land was doorgeschoten met de efficiëntie vormden zij een stem. Dat de mensen misschien wat beter voor het land en de dieren moesten zorgen.  En dat het misschien gewoon niet kón: steeds maar meer en meer uit de aarde halen. Deze bezorgde boeren, burgers, geleerden en fabrieken begonnen mooie initiatieven. Sommige werden succesvol en andere minder succesvol.
    
Waren die keerzijdes de andere boeren dan niet opgevallen? Natuurlijk wel, een groot deel van de boeren (*) woonde immers op het land! Zij zaten echter nog aan contracten met meedogenloze economische belanghebbers vast. Met de bank, met de inkooporganisaties van grote supermarktketens. Met de fabrieken die hun grote landbouwmachines maakten en met de fabrieken die hun boerenproducten verder verwerkten.  En het werd de boeren steeds door deze meedogenloze economische belanghebbers verteld dat het heus nog kon, dat het allemaal wel meeviel, dat die bezorgde burgers en geleerden hun cijfers niet op orde hadden. En dat er met nog meer investeringen en moderniseringen wel een mooie technische oplossing zou komen voor het te laat was.  Deze boeren wilden dit allemaal erg graag geloven, omdat ze ook niet wisten hoe ze anders aan hun verplichtingen moesten voldoen.

(*) Ondertussen waren er ook industriëlen die deden alsof ze boeren waren, met fabrieken vol levende dieren die zo snel mogelijk en op welke wijze dan ook voor dikke winsten tot vlees moesten worden omgevormd. Deze industriëlen herken je meestal aan hun dikke directeursauto voor 355 dagen per jaar en een geleende tractor voor de 10 dagen per jaar dat ze protesteren.
 
En de ministers van het land dan? Wisten die dan niet dat het slechter ging met de natuur en dat het  ook voor de burgers in het land steeds ongezonder werd? Natuurlijk wel!
Maar ministers mochten steeds maar voor 4 jaar zeggen wat er in het land gebeurde, en hoefden daarom nooit beslissingen te nemen voor de langere termijn.  Zij wilden dat bovendien ook helemaal niet als het om impopulaire maatregelen ging! Terug naar een houdbare manier van landbouw en veeteelt zou betekenen dat de burger meer zou moeten betalen voor het voedsel, dat de winsten voor de economische belanghebbers zouden dalen en het land minder aanzien zou hebben omdat de export zou dalen. Daarmee zouden de ministers na hun termijn nooit herkozen worden en ook zeker geen goedbetaalde baan krijgen bij dezelfde meedogenloze economische belanghebbers.  
De ministers deden dus jarenlang niets.

Omdat de meedogenloze economische belanghebbers jarenlang hamerden op tegengestelde belangen hadden de boeren, ministers, burgers en industriëlen al jarenlang niet echt naar elkaar geluisterd. Logisch dat niemand naar de ministers luisterde, die zaten er immers maar kort. Logisch dat niemand naar de burgers luisterde, want die zetten hun ideeën en idealen toch wel overboord als ze ergens goedkoper hun voedsel konden kopen. Logisch dat niemand naar de boeren luisterde, die waren immer 'dom' en deden toch wel wat de economische belanghebbers zeiden.
Hierdoor hadden de meedogenloze economische belanghebbers het mooi voor het zeggen in het land.

Leefden ze in dit land nu allemaal lang en gelukkig?

Veel burgers dachten dat ze gelukkig waren omdat ze goedkoop konden eten en lekker veel spullen konden kopen.
Veel geleerden dachten dat ze gelukkig waren omdat ze steeds nieuwe gewasverbeteringsmiddelen mochten uitvinden,  en in glimmend nieuwe onderzoekscentra werkten.
Veel boeren dachten dat ze gelukkig waren omdat ze een succesvol en modern bedrijf runden.
Veel ministers dachten dat ze gelukkig waren omdat ze na hun termijn werden herkozen of een prestigieuze baan kregen aangeboden.

De meedogenloze economische belanghebbers waren als enige oprecht gelukkig. En zij zorgden dat de anderen zich niet te veel zouden afvragen hoe lang dit allemaal nog door zou kunnen gaan. En zij zorgden dat de boeren, burgers, fabrieken en ministers vooral niet met elkaar wilden praten.

Komt het nu nog goed met dit land? En leven de mensen ooit wel lang en gelukkig samen? Als boeren, burgers, fabrieken en ministers stoppen het belang van de meedogenloze economische belanghebbers te dienen en naar elkaar gaan luisteren wellicht?  Misschien als boeren, burgers, fabrieken en ministers leren van de succesvolle initiatieven die de bezorgde boeren, burgers en fabrieken in de jaren al zijn opgestart en in gesprek gaan hoe deze breder uitgerold zouden kunnen worden?    

Dit lijkt op dit moment inderdaad een sprook.
    Omdat het te simpel lijkt?










zaterdag 19 oktober 2019

Beetje bij beetje


Stikstof, global warming, dierenleed, wat hebben ze gemeen?

Overconsumptie. En een wereldeconomie die gebaseerd is op doorlopende groei

Als ik met mijn fiets op de roltrappen van de Maastunnel sta zie ik nog regelmatig een sticker met “I still hate Thatcher” en elke keer weer moet ik grinniken. Ik ook namelijk. Niet zozeer de vrouw (een andere sticker deed me hardop lachen: “the Iron Lady, may she rust in peace”) maar alles waar zij en de andere politici van haar tijd voor stonden. Privatisering, open grenzen, wereldeconomie. Groei, groei,  groei

Nu is de ellende niet in de jaren ’80 begonnen natuurlijk. Al ruim daarvoor met de ruilverkaveling – als ik het goed heb werd dat vooral in de jaren ’50 erg gestimuleerd. En vele, vele (gesubsidieerde) maatregelen om vooral efficiënt met agrarische grond en de veestapel om te gaan. Na de 2e wereldoorlog en de crisis van de jaren ’30 misschien best logisch (het adagio was “Nooit meer honger”), maar volledig doorgeslagen.  

Maar hoor nu eens zelf. Veestapel. Het woord op zicht al geeft alles aan wat er mis is met hoe wij over deze dieren denken. Het stapelen van levende wezens. Als waren ze willekeurig welke producten. De term veeteelt. Alsof we vee kunnen kweken, verbouwen.

Monocultuur, intensieve landbouw, de bio-industrie. Allemaal uitingen van wat er mis is met de denkwijze van mensen. Van hoever wij weg staan van onze leefomgeving. Zolang we nog kleine gemengd bedrijf-boerderijen hadden was er niets aan de hand met de mest, met stikstof.  Maar nee, het moest anders, moderner, efficiënter.

Het echte probleem ontstond al ver voor deze tijd.
Toen de eerste mensch besloot ‘vee’ te gaan houden en daarmee de toon zette voor een onnatuurlijk  onderscheid tussen onszelf en andere dieren. En omdat zij (we) hiermee weg kwamen kregen we het idee dat dit acceptabel was, en niet lang daarna werd het onderwerpen van andere dieren als normaal gevonden.
Simpel gezien  zijn wij de bullies van de wereld. En omdat niemand ons terugfluit zijn we gaan denken dat we recht hebben op ons gedrag. Maar ‘just because you can’ maakt iets nog niet moreel juist.

Nu eindelijk krijgen ook wij  de rekening gepresenteerd. Niet de afgelopen decennia, toen de insecten het loodje legden, de weidevogels, vele planten, en alle honderdduizenden, nee miljoenen, koeien, kippen en varkens die wij in stinkende stallen opsloten om elke dag goedkoop vlees te kunnen eten
Nu pas, nu we zelf ziek worden van de ongezonde wereld.
En nu moet ineens die boer, die vele tientallen jaren werd gepusht om te moderniseren,  de rekening betalen door het bedrijf - dat soms al van hun grootouders was - gedwongen op te doeken.

En ondanks alle sympathie die mensen voor de boeren hebben gaat niemand spontaan en zonder wetgeving uit zichzelf maximaal 100 km per uur rijden. Of stoppen met elke dag koekjes bij de koffie of andere onnodige shizzle waardoor de productie van granen, suikerbieten, chips-aardappelen en  wat dies meer zij omlaag zou kunnen
Nee. Ook ik niet. Mijn belofte van enkele blogs geleden om geen onnodige zaken meer te eten heb ik meermaals verbroken. Ik vind het zooooo moeilijk om geen koekjes te eten, geen chocola, ijs, pinda’s en andere meuk. Ik let erop dat er geen palmolie in verwerkt is, en dat het vegan is, maar daarbuiten kan ik het snoepen niet weerstaan.
Terwijl ik donders goed weet dat de aarde het niet aan kan, om voor al die mensen niet alleen het hoognodige aan voedsel voort te brengen maar ook nog eens onze overmatige trek in snoep, en onze onstilbare behoefte aan nutteloze spullen voor in huis, onze grenzeloze behoefte aan modieuze kleding en gadgets. Dat dieren, insecten, schimmels, vogels, planten, vissen en bomen de prijs betalen voor ons egocentrische steeds maar meer  ‘willen’

Maar lieve lezers, blijf alsjeblieft proberen.

WIJ zijn de markt.

Als wij beslissen dat legbatterijen onacceptabel zijn dan geven we dat signaal luid en duidelijk door als we niet langer koekjes en mayonaise kopen waar in de lijst met ingrediënten ‘ei’ staat, in plaats van ‘scharrelei’
Als wij verdrietig worden van de berichten over moedervarkens die in een kraamkooi jaar na jaar biggetjes moeten werpen, dan kopen we geen kiloknallers of barbecue-pakketten meer maar bestellen wij ons vlees bij koopeenvarken.nl of andere sympathieke initiatieven en slaan we zo nu en dan een dagje vlees over.
Als wij de weidevogels, insecten en basically ‘de aarde’ een warm hart toedragen dan kopen wij onze boodschappen bij voorkeur biologisch, of nog liever biologisch-dynamisch van Demeter

En dat hoeft niet direct vanaf morgen volledig en direct voor alles, maar maak vandaag een besluit om per morgen in ieder geval geen legbatterij-ei-producten meer te kopen. Of geen palmolie meer te accepteren. Of alleen nog biologisch vlees. Misschien ben je er dan over een paar maanden aan toe een volgende stap te nemen. Beetje bij beetje. En als je bij vrienden eet of buiten de deur koffie drinkt dan is het misschien teveel gevraagd om op  biologische melk te staan, en dat is ook ok

Maar begin
Alsjeblieft
Nu


dinsdag 6 augustus 2019

Over suikerbieten en kroketten


Toen ik jong was hadden we altijd een grote pot drop in de kast bij de achterdeur staan, als ik buiten ging spelen pakte ik niet een dropje maar een handje drop. Elke dag. Soms 3, 4 of 5 keer. Ik heb tot de dag vandaag moeite met beschaafd een koekje nemen, of een handje nootjes. Die zak moet leeg, tenminste, als ik thuis ben. In gezelschap kan ik me gedragen =)

Mijn ouders wilden ons daarmee laten delen in de welvaart die voor hun nieuw was. Mijn vader kwam uit een groot gezin, mijn moeder niet, maar beiden waren opgegroeid met één of twee keer per week een stukje vlees op tafel, misschien nog een keer vis (kabeljauw, want dat was toen het goedkoopst) en de andere dagen de restjes door een stamppot, of soep met balletjes, maar verder geen overdaad aan vlees of vis
Koekjes, snoepjes en chips kende mijn vader uit zijn jeugd niet en mijn moeder alleen bij bijzondere gelegenheden

Toen hun generatie het in de jaren ‘60 beter kreeg kwam er zo langzaamaan bij elk kopje koffie een koekje te liggen, zo maar op elke doordeweekse dag. Elk weekeinde bakte mijn moeder met plezier boterkoek of appeltaart, bij vriendinnen thuis die minder enthousiaste moeder hadden werd er cake of roze koeken gekocht. 
Als tiener mocht ik van mijn zakgeld hele zakken chips kopen en zo naar binnen schuiven, of bonbonblocs. Bij het laatste stuk voelde ik me dan weliswaar licht misselijk worden, maar toch ging ook dát naar binnen

(zo veel geluk met mijn genen, ik hoor echt tonnetje-rond te zijn met mijn eetpatroon, maar op een lief randje vet na valt het reuze mee)



Daar zou zó veel mee gewonnen kunnen worden als we alleen dingen aten die ons lichaam nodig heeft. Gewoon, voedsel. 
Er is vaak in het nieuws hoeveel voedsel wordt weggegooid wordt maar wat van van alle meuk die we produceren om te eten die nergens goed voor is. Niet voor ons lichaam en niet voor de wereld.
Zou dat al eens onderzocht zijn, welk deel van de landbouwgrond wordt gebruikt voor suikerbieten voor snoep en koek? Hoeveel sneue kippen dagelijks in een kille stal ei na ei leggen die in koekjes en cakes belanden? Hoeveel graan er wordt verbouwd voor koek, hoeveel aardappels voor chips en patat, hoeveel dieren er een kutleven hebben om in een kroket te belanden? Als we nu alleen nog voedsel zouden eten zou er zo veel gewonnen worden. Obesitas, diabetes. Minder (véél minder) intensieve landbouw en veeteelt. Waarmee weidevogels, insecten, schimmels en noem zo nog een hele zwik weer ruimte krijgen om te leven. En de koeien misschien weer naar buiten kunnen. Er weer ruimte komt voor ‘gemengde boerenbedrijven’ of natuurinclusieve landbouw. Herenboeren. Multifunctionele landbouw. Het kan heel snel gaan, zo’n ommekeer. Als iedereen hier nou eens bewuster mee bezig ging. Bij elke zak chips beseffen dat die aardappels zijn verbouwd op land waar ook muizen horen te leven. Nadenken voordat je klakkeloos een pak custardcakes in je mandje stopt, voordat je bitterballen koopt. Als de supermarkten week na week veel minder shizzle verkopen, zullen ze het minder inkopen. Dat signaal wordt snel genoeg opgepakt bij de inkooporganisaties die minder afnemen bij de boeren of coöperaties. Binnen enkele maanden zullen eierboeren minder nieuwe legkippen kopen als de oude legkippen met pensioen gaan. Het volgende seizoen zal een landbouwer minder suikerbieten poten, en op de niet gebruikte akker misschien uit experiment met biologische vergeten groenten zetten. Ik ga hier de belofte doen. Aan mezelf. Aan de wereld? Online, openbaar. Ik koop alleen nog zo nu en dan chips, koekjes of ander non-voedsel voor in het weekeinde. Lekker op zaterdag op de bank bij een filmpje. Niet meer door-de-weeks. Niet meer ‘omdat het kan’ Ben ik nu naïef, dat ik denk dat het nog kan, de boel keren? Volgens mij kan het namelijk echt, gewoon als wij ons bewuster worden van de gevolgen van ons koopgedrag. Dat het moet staat voor mij als een paal boven water.